Rechter in Amsterdam baseert vonnis op sharia

Nederland, december 2009

De rechtbank in Amsterdam heeft bepaald dat het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf het dragen van een kruisje mag verbieden. Een werknemer had een kort geding aangespannen omdat hij geen ketting met een christelijk kruis over zijn uniform mag dragen.
Moslima's die voor het GVB werken, mogen een hoofddoek met het logo van het bedrijf dragen. Het GVB beroept zich op een algemeen kledingvoorschrift: geen enkele werknemer mag zichtbaar kettingen dragen, of daar nou een kruis aan hangt of niet. Volgens de rechtbank is dit een redelijke regel. De werknemer stelde dat het GVB verschillende religies ongelijk behandelt.
Gevraagd waarom hoofddoeken wel mogen, motiveerde rechter Marres zijn uitspraak in een interview met stadszender AT5 als volgt: ‘voor moslima’s bestaat een religieus voorschrift om het haar te bedekken. Volgens mij is er niet een religieus voorschrift voor christenen om een kruisteken op je kleding te dragen’.
Daarmee baseert Marres zijn gerechtelijk vonnis op religieuze voorschriften die rechtstreeks zijn ontleend aan de sharia.

AT5, 14 december 2009
Parool, 14 december 2009
Leestip: Carel Brendel 'Rechter beargumenteert vonnis met voorschrift uit de sharia', 14 december 2009