Moslimlanden willen bij VN verbod op blasfemie

Internationaal, september 2012

Turkije, Egypte en Iran willen dat het lasteren van de islam en de profeet Mohammed op internationaal niveau wordt aangepakt en zullen opnieuw bij de VN pleiten voor anti-blasfemiemaatregelen. De Turkse premier Erdogan roept de 57 islamitische landen van de Organization of Islamic Conference (OIC) op om zich 'krachtig en eensluidend' uit te spreken. Hij hoopt op 'internationale regelgeving tegen aanvallen op wat mensen als heilig beschouwen'.
Het OIC pleit al ruim 10 jaar voor internationale blasfemie-regelgeving maar krijgt de VN niet enthousiast. Westerse landen vrezen dat de regels de vrijheid van meningsuiting zullen beknotten en tegen islamcritici gebruikt kunnen worden. Mensenrechtenorganisaties stellen dat godslastering zich lastig laat definiëren en dat de politiek niet moet oordelen over religieuze gevoelens.
VN-secretaris Ban Ki-moon ziet wel iets in het verbieden van meningsuiting die 'bedoeld is om te provoceren of te vernederen'.
De VN-Mensenrechtenraad oordeelde jaren geleden dat 'het verbod op uitingen van gebrek aan respect voor een godsdienst of een ander geloofssysteem, inclusief wetten betreffende godslastering, onverenigbaar is' met het International Convenant on Civil and Political Rights, een VN-verdrag dat mensenrechten moet garanderen.
Zie ook:
Arabische Liga werkt samen met Europese Unie aan voorstel tegen belediging van islam

Trouw, 25 september 2012