Vervolging teruggekeerde jihadisten gebrekkig

Europa, augustus 2017

Nederlandse Syrie-gangers

CDA-kamerlid Pieter Omtzigt onderzocht voor de Raad van Europa (niet te verwarren met de Europese Raad van de EU) welke acties Europese landen ondernemen om ervoor te zorgen dat Syrië- en Irakgangers die terug in eigen land zijn, worden vastgezet en vervolgd. In landen waar veel terugkeerders worden verwacht, zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, gebeurt dat veel. Andere landen zijn minder actief bezig met het vervolgen van terugreizigers. Een aantal landen heeft nog geen enkele terugkeerder vervolgd, zegt Omtzigt.
Door het open grenzen beleid van de EU betekent dit dat jihadisten die in Syrie of Irak moorden hebben gepleegd en bij terugkeer in eigen land niet worden vervolgd ook een gevaar vormen voor andere EU landen. Landen hebben bovendien de plicht om terreurdaden van IS te vervolgen, zeker sinds de VN en de Raad van Europa stellen dat IS zich schuldig maakt aan volkerenmoord, aldus Omtzigt.
De resultaten van het onderzoek in 20 Europese landen zijn samengevat in een rapport, dat nog vertrouwelijk is.

Zorgwekkende verschillen tussen Europese landen
Naast Europese landen die terugkeerders vervolgen zijn er landen die dat achterwege laten. Zo heeft Finland becijferd dat zo’n 80 mensen richting IS-gebied zijn afgereisd. Twintig van hen zijn teruggekeerd, maar er is niets bekend van rechtszaken tegen hen. Ook in Zweden had vervolging tot voor kort nauwelijks prioriteit. Men vond re-integratie van terugkeerders belangrijker. Zowel de regering als oppositiepartijen concludeerden onlangs dat de aanpak lang te soft was. Zo kregen sommige IS-terugkeerders een nieuwe identiteit, gratis woonruimte en rijlessen om te kunnen integreren, maar verdwenen vervolgens uit beeld bij de overheid. Dit bericht werd overigens door de Zweedse ambassadeur in Nederland tegengesproken. 

Nederlandse terugkeerders
Sinds eind 2012 zijn er zo’n 270 Nederlanders afgereisd naar Syrië en Irak om zich aan te sluiten bij IS of andere jihadistische groepen. Daaronder zijn naar schatting 60 vrouwen. Zo’n 190 personen verblijven daar nog. Ruim veertig mensen zijn omgekomen, zo’n veertig keerden terug, de meesten al in 2013. Daarvan zijn er vooralsnog slechts drie veroordeeld voor deelname aan de strijd in Syrië en Irak, of voor deelname aan een trainingskamp. Dit lage aantal heeft te maken de moeilijke bewijsbaarheid van deelname aan een terroristische organisatie in die periode, aldus NCTV Schoofs. 

AD, 7 augustus 2017
Elsevier weekblad, 7 augustus 2017